Gedeeld gesprek
Israëls Verovering van Kanaän: Gods Belofte en Oordeel
Waarom moest het Israëlische volk het bewoonde Kanaän veroveren
AdventAI
Het Israëlische volk moest het bewoonde Kanaän veroveren omdat dit een directe vervulling was van Gods belofte aan hun voorouders, een goddelijk oordeel over de heidense naties die het land bewoonden, en een essentiële stap in de vestiging van Gods koninkrijk op aarde Genesis 12:1-7Joshua 1:2-4.
Hier zijn de voornaamste redenen waarom de verovering noodzakelijk was:
Gods Belofte en Eigendom
God had Abraham beloofd dat zijn nageslacht het land Kanaän als een eeuwig bezit zou erven Genesis 15:18-21Genesis 17:8. Dit was een onwankelbaar deel van het verbond, zoals bevestigd door Gods eigen woorden en door het geloof van Joseph in de uiteindelijke terugkeer van Israël naar het Beloofde Land Acts 7:5. Het land werd door God zelf voor Zijn volk voorbereid als een veilige haven.
Oordeel over de Kanaänitische Volkeren
De volkeren die Kanaän bewoonden, hadden de maat van hun zonden gevuld en Gods geduld met hen was op Genesis 15:16. Ze beoefenden vele gruwelijke afgoderijen en occulte praktijken, zoals waarzeggerij, tovenarij, hekserij, en het raadplegen van geesten Deuteronomy 18:9-12. De zonnegod Baal en andere afgoden werden wijdverspreid aanbeden. Om deze redenen beval God hun uitroeiing, zodat deze afgoderij en morele verdorvenheid niet over de wereld zou vloeien Deuteronomy 20:16Joshua 11:20.
De Rol van Israël als Gods Volk
God bracht Israël uit Egypte met het specifieke doel om hen in dit land te vestigen, zodat zij Zijn naam op aarde zouden verheerlijken. Christus was de leider van Israël tijdens hun omzwervingen in de woestijn en leidde hen naar het land van de belofte om hen als Zijn uitverkoren bezit, de wijngaard des Heren, te vestigen ten aanschouwen van alle naties die God niet erkenden. De verovering was bedoeld om Israël in staat te stellen hun roeping te vervullen om de waarheid en heiligheid te verspreiden. Echter, Moses waarschuwde hen ook dat als zij de afgoderijen van de Kanaänitische naties zouden overnemen, zij zelf in ballingschap zouden worden verspreid.
Obstakels en Vertragingen
Hoewel God beloofde dat Hij de Kanaänitische volken voor Israël zou verdrijven Joshua 1:5 kwamen zij zelf sterke en oorlogszuchtige tegenstanders tegen, zoals de Amorieten, die grote steden en ijzeren strijdwagens hadden Joshua 17:16. De veertigjarige omzwerving in de woestijn was een straf voor het ongeloof en de rebellie van de Israëlieten, vooral na het slechte rapport van de spionnen, wat de verovering vertraagde Numbers 14:34Hebrews 3:11-19. Ondanks deze tegenslagen werden de mannen van geloof, zoals Caleb en Joshua, uiteindelijk beloond met de toegang tot het Beloofde Land.
Bronnen · 22
- RH June 17, 1915, Art. A, par. 3The Review and Herald
- RR 7.4Royalty and Ruin
- SS 7.4From Splendor to Shadow
- FEE 21.1From Eden to Eden
- RAR 35.2The Redeemer and Redeemed
- PP 240.1Patriarchs and Prophets
- WOR 74.6Waggoner on Romans
- BHOTV3 96.2Bible History Old Testament Vol. 3
- T27 13.2Testimony for the Church — No. 27
- SITI December 11, 1884, page 742.27The Signs of the Times, vol. 10
- TTR 183.1The Two Republics, or Rome and the United States of America
- PP 544.1Patriarchs and Prophets
- COL 287.1Christ’s Object Lessons
- RH February 19, 1914, par. 9The Review and Herald
- SS 157.4From Splendor to Shadow
- PP 433.2Patriarchs and Prophets
- Ed 149.2Education
- ETI Amorites.2Easton's Bible Dictionary
- PP 427.4Patriarchs and Prophets
- GC 681.1The Great Controversy
- ST October 21, 1880, par. 2The Signs of the Times
- BHOTV2 163.1Bible History Old Testament Vol. 2